Bij het aanmaken van een positie geef je eerst een positienaam op en koppel je de positie aan een bestaand domein.
Vervolgens bepaal je optioneel een zone-label en kies je welke elementtypes op deze positie toegelaten zijn: Afbeelding, HTML5, Template of E-mail. Deze keuze werkt als een technische beveiliging: enkel elementen van een toegelaten type kunnen effectief via deze positie getoond worden, wat fouten voorkomt wanneer een verkeerd elementtype per ongeluk aan de positie gekoppeld zou worden.
Daarnaast geef je in het onderdeel "Aanbevolen max. elementformaten" de ideale afmetingen op, zodat contentmakers weten binnen welke afmetingen zij moeten werken.
Een belangrijk onderdeel van de plaatsingsinstellingen is het fallback-element: het element dat automatisch getoond wordt wanneer er op een bepaald moment geen actieve campagne of geen passend element beschikbaar is voor deze positie. Zonder fallback-element blijft een positie in dat geval gewoon leeg, wat op een website al snel opvalt als een storend wit vlak.
Je kan bovendien een fallback-marge boven en onder instellen, waarmee je extra ruimte rond het fallback-element reserveert zodat de lay-out van de pagina niet verspringt op het moment dat het systeem wisselt tussen een echte campagne en de fallback.
Opmerkingen
0 opmerkingen
Artikel is gesloten voor opmerkingen.